|
‘Trots op die geuzennaam’
“O, maken wij maar‘een krantje’?”
zouden de meeste uitgevers verontwaardigd zeggen. Zo niet bij De
Nieuwe Loosduinse Krant. Daar zijn ze er juist trots op om in de
wijk‘het krantje’ te heten. Want achter die kleine naam
gaat een grote verbondenheid schuil tussen de krant en de lezers.
“Ik ontdekte dat een oud Loosduins schilderij, dat ik in de
jaren‘80 had gerestaureerd zwaar beschadigd in een school
in de buurt hing. Dat kon ik niet verdragen. Daarom ben ik met dat
nieuws naar het krantje gestapt. Binnen de kortste keren stond er
een artikel in en dat had heel wat gevolgen. De school besloot om
het schilderij af te staan, een transportbedrijf bood aan het grote
doek te verhuizen en ik kreeg zelfs een werkruimte en geld om schilderij
opnieuw te restaureren.”Aan het woord is Wil Noest, Loosduiner.
Hij is een trouwe lezer van De Nieuwe Loosduinse Krant. Geen wonder
dat hij zijn krant meteen wist te vinden toen hij publiciteit nodig
had. Wil:“Als je eens bij het kantoor binnenloopt, staan ze
altijd direct voor je klaar.” En zo is dat.
Dynamisch
De snelheid waarmee De Nieuwe Loosduinse Krant reageert, doet denken
aan een kwiek jong krantje. Toch kent de krant een lange geschiedenis.
In 1913 verscheen het eerste nummer als De Aankondiger in het toen
zelfstandige Loosduinen. Misschien ingegeven door chauvinisme werd
de krant, na de annexatie van het tuindersdorp door Den Haag, omgedoopt
tot De Loosduinsche Courant. In 1983 gooide de toenmalige eigenaar
de handdoek in de ring. Dick Furrer raapte ‘m op. Samenwerkend
met zijn collega’s van De Scheveningsche Courant herrees de
krant als De Nieuwe Loosduinse Krant. Een hele mond vol. Dus werd‘het
krantje’ met liefde geaccepteerd als geuzennaam voor een blad
dat graag wordt gelezen in Loosduinen, de Vruchtenbuurt, Monster
en Poeldijk. Dicks kwaliteiten als journalist en ondernemer legden
een stevige basis voor een dynamisch huis-aan-huisblad. In de loop
der jaren bouwde Dick een team op, samen met zijn schoonzus Renée
Furrer. Na het overlijden van Dick kwam zijn broer, journalist Hans
Furrer erbij. In 2002 namen Renée en Hans de krant over en
kwam Hans Jongbloed de gelederen versterken.
Strenge moeder
Dit team tekent wekelijks voor De Nieuwe Loosduinse Krant, die in
een oplage van 40.000 exemplaren wordt verspreid. De krant brengt
vooral wijk-nieuws maar er is ook plaats voor een lichtvoetig cursiefje
en cultuur. Voor iedereen in de lezersgroep zit er wel wat bij.
Dat maakt het krantje ideaal voor adverteerders. Zij krijgen met
Renée Furrer en Hans Jongbloed te maken. Dit tweepersoonsteam
kent de wijk en weet daardoor precies wat er aanslaat. Kostbare
marketing-onderzoeken hoeft de klant niet te doen; de kennis hoort
gewoon bij de service. Net als het ontwerp van de advertenties en
de precieze inhoud ervan. De klant geeft zijn wensen door en Renée
en Hans doen de rest. Hoewel,‘de rest’. Dat is wat veel
gezegd. Daarmee zou Nel de Wilde tekortgedaan worden. Als een strenge
moeder zorgt zij er sinds 1975 voor dat het krantje in alle 40.000
brievenbussen van het verspreidingsgebied terecht komt. Zo’n
60 bezorgers weten dat je met Nel niet de kachel kunt aanmaken:
de krant moet keurig op tijd binnen zijn. De lezers wachten immers.
Met dank
Die lezers, daar draait het uiteindelijk om. Ze zijn gehecht aan
het krantje en spellen ‘m bijna uit. Efficiënte communicatie
in korte lijnen, heet dat in bedrijfstaal. Wil Noest zegt het op
zijn eigen manier: “Ik vind het krantje overzichtelijk en
prettig leesbaar. Er staat altijd volop informatie in over Loosduinen
en ons Loosduins Museum. Ik ben zeker niet de enige die dat vindt.
Als je op straat een praatje maakt over iets wat in de krant heeft
gestaan, krijg je daarop altijd gunstige reacties.” Hoe liep
het eigenlijk af met zijn schilderij? Wil glundert: “Het bejaardencentrum
in de wijk wilde het schilderij graag hebben om het in de grote
zaal op te hangen.” Daar hangt het nu, op een mooie en veilige
plaats. Met dank aan‘het krantje’.
|